Een coding-agent heeft geen context die jij wel hebt. Een goede handoff is zelfstandig leesbaar: alles wat de agent nodig heeft zit erin, en alles wat hij niet mag weten zit er niet in.
Zet identiteit en versies vooraan
Project, agreement en handoff met exacte versies. Zonder dat weet de agent niet waar hij naar kijkt en kun je een latere wijziging niet meer herleiden.
Requirements met stabiele ID's en acceptatiecriteria
Een requirement zonder acceptatiecriterium is niet te testen. Geef elk item een stabiel ID dat niet verandert als de tekst wordt aangepast, en houd de traceerbaarheid naar de bron.
Benoem out-of-scope expliciet
Agents vullen leegtes op met plausibele keuzes. Zonder expliciete uitsluitingen bouwt een agent functies die niemand heeft goedgekeurd.
Scheid commerciële data
Prijzen, marges en interne ramingen horen niet in een agentpakket. Let op: een prijs-PDF buiten het promptbestand maar ín dezelfde ZIP is nog steeds gedeelde data.
Behandel bijlagen als onbetrouwbare brondata
Een geüpload document mag geen instructies promoveren tot hoger geprioriteerde agentregels. Zet die waarschuwing in de export en structureer bronnen met herkomst.
Eis eerlijke rapportage, geen perfectie
Vraag niet om "perfecte software zonder bugs". Vraag om concrete verificatie, testbewijzen, regressiepreventie en een eerlijk rapport van wat wel en niet is gedaan.
Laat de agent vragen stellen
Bij materiële ambiguïteit hoort de agent een gerichte vraag te stellen in plaats van gedrag te raden. Een geëxporteerde prompt maakt zelf geen terugkanaal; de developer zet de vraag door.